Home

Meivakantie 2011: wind en zon PDF Afdrukken Email
Gebruikerswaardering: / 3
LaagsteHoogste 
Trips
vrijdag, 06 mei 2011 23:39

De meivakantie van dit jaar gaan we aan boord houden. Het vriendinnetje van Monique, dat vorig jaar mee is geweest, scheept ook dit jaar weer in - blijkbaar vond ze het leuk genoeg. Hoe ze het voor elkaar krijgt weet ik niet, maar om de een of andere reden is haar weekend-tas weer net zo groot als vorig jaar, minstens net zo zwaar ook... en ze heeft toch echt minder speelgoed mee dan vorig jaar. Wat voor verrassing huist er in die tas?

Om heel eerlijk te zijn, is die tas niet het enige gewicht dat mee aan boord gaat. Uiteraard de etenswaren en onze eigen kleren, maar buiten dat gaan ook een buitenboordmotor, 5 liter benzine en 10 liter reservediesel mee. Dat vindt allemaal een plekje in de bakskist waardoor de rechterhelft van de boot aanmerkelijk zwaarder is dan de linkerhelft. Dat wordt veel over bakboord varen...

Maar voor het zover is, moet de genua gewisseld worden voor de fok. Er staat voor de komende week minstens windkracht 4 op het programma, dan hebben we liever het zware doek erop. Als dat klusje gedaan is, en Liesbeth ondertussen de voorraden verstopt heeft in de kasten, gaan de trossen los en mag de tocht naar het Grevelingenmeer beginnen. We varen net niet pal voor de wind naar de Krammersluis en zijn daar dan ook in record-tijd. Van de sluismeester mogen we als laatste de kolk in, we moeten even goed uitkijken voor een stevige wind in de rug en een motorboot die niet snapt hoe je moet sturen, maar achter ons gaat meteen de deur dicht en voor we er erg in hebben, zitten we op de Oosterschelde. Voor de halve mijl naar de Grevelingensluis zet ik alleen de fok; die trekt ons hard genoeg door het water, want de wind gaat nu aantrekken (vlagen van 32 knopen, gemiddeld 26, dus een 6-7 Beaufort). We hebben geluk, ook de Grevelingensluis staat open als wij aan komen varen dus in no time drijven we alweer buiten. Of binnen, het is maar hoe je het bekijkt. Op de motor kachelen we naar Mosselbank en kiezen het verlaten eiland (iedereen denkt dat het daar hard waait, nou, dat deed het ook). Eindelijk, eindelijk mag Peter dan zijn grote wens ten uitvoer brengen: zelf varen met een motortje!

Hij moet het zelf uitproberen allemaal: starten, choke wel of niet, ontluchting, benzinekraantje... en bij terugkomst alles weer netjes dichtdraaien, motor op de hekstoel hijsen, op slot doen; kortom, het is zijn verantwoordelijkheid en als ik zo de foto's bekijk, bevalt hem dat prima. De twee dametjes gaan bij toerbeurt mee maar vinden het al snel te koud. Peter niet, die gaat door tot hij paarse lippen heeft.

Na een prachtige zonsondergang

Zonsondergang

en een winderige nacht, gaan we richting Stampersplaat. Daar lopen "wilde paarden" rond, maar ik zou een andere benaming kiezen. Hippie-voertuigen? Deze meisjes vlechten maar al te graag een bloemenkrans in de manen van het beest.

En na weer een winderige nacht (we liggen aan lagerwal) besluiten we naar Ouddorp te gaan. De accu's moeten bijgeladen, het waterpeil zakt zienderogen en het eten dreigt op te raken. We spieken even bij de boot voor ons hoe de schipper zijn afvaart van lagerwal regelt, ik ben blij te zien dat hij hetzelfde idee had als ik. En als we zelf de trossen los gooien, lukt het me ook daadwerkelijk om de geplande procedure zonder slag of stoot uit te voeren: er begint weer routine te komen in de systemen.

Op het meer waait het goed door, er staat een dikke zes. Dubbel rif in het grootzeil en knallen maar! Ruim 7 knopen aan de wind, en als Peter stuurt gaat bijna het gangboord (voor het eerst) door het water. Hij moet nog wat leren, maar ik ben zeer blij dat hij leert! Voor Monique geldt dat natuurlijk ook, maar die moet even wachten tot het iets minder hard waait. Haar beurt komt nog.

In Ouddorp doen we uitgebreid inkopen, we nemen eindelijk weer eens een warme douche, we liggen lekker beschut rustig aan een steiger, kortom, even bijkomen.

Ook is het tijd om het vervolg van de tocht te plannen, dus kaarten en weerberichten worden op tafel getoverd, de opties doorgesproken en een plek afgesproken waar we Lisanna gaan overdragen aan haar eigen ouders. Het wordt Bruinisse. We gaan er de volgende dag heen, als de wind begint af te nemen en langzaam maar net niet voldoende naar het noorden draait. De meeliftende passagier nemen we voor lief, al weten we natuurlijk dat ie gewoon op ons eten aast.

Het weer is inmiddels even aan het veranderen: de wind is weg maar ook de temperatuur. De truien komen uit de kast, de zeiljassen moeten aan. Ondanks de zonneschijn is de lucht echt frisjes.

We parkeren voor de sluis omdat we ervan uit gaan dat we de laatste sluisdraai nog wel zullen halen; helaas loopt dat allemaal net iets anders dan gepland, we moeten overnachten voor de sluisdeur. Volgende ochtend zijn we de eersten (nadat we uitgeslapen hebben uiteraard). Op de motor varen we samen met nog een jacht naar de Krammersluis waar we redelijk vlot doorheen zijn. Mooi, nog een mijl of 7 en dan zijn we er! Nu gaat alleen de wind uit. Samen met de Bavaria 34 gaan we op zoek naar elk zuchtje wind om vooruit te komen, een leuk mini-gevechtje dat met een beetje mazzel door ons gewonnen wordt: de wind is erg variabel en valt van alle kanten in. Wat doet de Bav? Die zet zijn genua uit met de boom, want we gaan voor de wind. Zonder dat de stuurman er erg in heeft, draait de wind ongeveer 120 graden en valt ineens van voren in. Het zeil, dat zo mooi uitgeboomd stond, valt de verkeerde kant op en werkt als rem in plaats van motor. Doei, zeiden wij!

Op het Volkerak wordt 'iets' geborgen met een dreganker.

En nu is het de beurt aan Monique om te leren sturen. Die heeft twee nadelen: ze is kleiner (kan dus niet over de buiskap heen kijken) en ze doet als elke beginner: waar ze heen kijkt, daar stuurt ze ook heen. Maar met goede instructies (en hier en daar een handje helpen) gaat het best aardig, die zal het echt wel gaan begrijpen.

 

Plaats reactie

Beveiligingscode
Vernieuwen