Here comes the sun PDF Afdrukken Email
Geschreven door Dennis   
dinsdag, 26 juli 2011 23:50

Vandaag deel 1 in de reeks Zomervakantieverhalen Bij De Open Haard. Gezien het frisse weer momenteel gok ik erop dat de houtkachel her en der weer stevig staat te branden, dus wat prettig leesvoer daarnaast kan geen kwaad.

Onze zomervakantie begint ook dit jaar weer met een barbecue, dit keer in Zwolle. Het is niet echt warm buiten, maar redelijk te doen, en als we aan het eind van de zaterdag naar de boot toe rijden met een niet eens zo heel volle auto, zien we al dat we naar het mooie weer toe gaan. Dat belooft wat! De volgende ochtend gaan we nog een keer naar de toiletten in Dinteloord, dan mogen de trossen los en varen we op een rustig tempo richting Neeltje Jans Betonhaven. Onderweg klaart het weer op, het wordt warm en we kunnen uiteindelijk genieten van een prachtige zonsondergang op een van de mooiste plekjes in Zeeland.

Dat we zo dicht bij de kust zitten, heeft een reden. Het plan is namelijk om zo ver mogelijk richting Calais af te zakken, om dan via de Engelse oostkust terug te varen naar Zeeland. Daartoe moeten we wel eerst een tweetal hobbels overwinnen: ten eerste de zeeziekte van Monique en ten tweede de inmiddels goed op stoom gekomen depressietrein. Die trein kennen we maar al te goed: een niet aflatende stroom van depressies met bijbehorende wolken, regenbuien, en last but not least, harde winden uit de zuidwest-hoek. Waar we heen willen, zeg maar. Dat betekent dat er zorgvuldig gepland moet worden wanneer we waarvandaan vertrekken. In dit geval zien we een 'weergaatje' ontstaan op maandagochtend: als we rond 9 uur de sluis uit gaan pakken we wind en stroom mee en schieten we heel hard op! De zeeziekte van Monique pakken we, bij afwezigheid van zee, eerst maar eens psychologisch aan. Haar vorige tochten op zee zijn niet allemaal even soepel verlopen en ze ziet er dus echt tegenop om naar buiten te gaan; we praten wat af en het resultaat is dat ze op deze maandagochtend opstaat met de woorden: wakker worden, we gaan naar zee, ik heb er zin in!

Maar na een uurtje of 5 varen, we zitten inmiddels ten hoogte van Zeebrugge, gaat het toch niet zo goed meer met haar. We besluiten ons doel, Oostende, los te laten en uit te wijken naar het dichterbij gelegen Blankenberge. We zien tussen de bossen een vuurtoren waar we op moeten koersen, maar als we het strand naderen zien we dat die bossen kolossale rijen flats zijn! De Belgen hebben blijkbaar een zeer vooruitziende blik en hebben hun dijken tegen de stijgende zeespiegel bewoonbaar gemaakt. Kijk, dat zijn nog eens oplossingen!

In Blankenberge nemen we de tijd om wat leuke dingen te doen. Aanraders zijn de Kusttram (tramlijn van Knokke naar Duinkerken, langs de gehele kust dus) als transportmiddel, of skelters huren in het dorp, Oostende om te shoppen en voor de historisch geïnteresseerden onder ons is een bezoekje aan Raversijde een ontzettend mooi uitje. Raversijde is een vesting uit de Atlantikwall (Peter dacht: Atlanti-kwal) die goed bewaard, gerestaureerd en ingericht is als openluchtmuseum. Je loopt er door de ondergrondse gangenstelsels die de bunkers verbinden met de geschutskoepels, ziet de munitie liggen in de opslagplaatsen... Een beetje zoals die Duitse stelling die in het begin van The Longest Day wordt aangevallen, en dan loop je er ineens zelf rond. Achtung! Feind hört mit!

Het is zelfs strandweer tijdens deze dagen, dus wordt er gezwommen in zee met om de 150 meter een stel strandwachters die met schrille fluitjes zich onverantwoord gedragend geteisem tot de orde roepen. Als zeiler snap ik wel waarom, we zijn vlak langs dat strand gevaren en hadden 3 knopen stroom tegen. Tegen zoveel stroom kan je niet in zwemmen!

Ondertussen gaat het bij iedereen weer kriebelen, dus hou ik de atmosferische ontwikkelingen goed in de gaten. De wind zit helaas weer stevig in de ZW-hoek, waardoor verder naar het zuiden afzakken geen optie lijkt. Terug naar Breskens dan maar; een plan dat in goede aarde valt bij Monique die ons laat beloven om na Breskens niet meer op de Noordzee te gaan varen. Met hoogwater verlaten we het badplaatsje en pakken de vloedstroom op richting  Nederland. Achter ons is een groot buiencomplex ontstaan, zal hij ons gaan inhalen?

Laatst aangepast op vrijdag, 29 juli 2011 00:33
 
Meivakantie 2011: wind en zon PDF Afdrukken Email
Geschreven door Dennis   
vrijdag, 06 mei 2011 23:39

De meivakantie van dit jaar gaan we aan boord houden. Het vriendinnetje van Monique, dat vorig jaar mee is geweest, scheept ook dit jaar weer in - blijkbaar vond ze het leuk genoeg. Hoe ze het voor elkaar krijgt weet ik niet, maar om de een of andere reden is haar weekend-tas weer net zo groot als vorig jaar, minstens net zo zwaar ook... en ze heeft toch echt minder speelgoed mee dan vorig jaar. Wat voor verrassing huist er in die tas?

Om heel eerlijk te zijn, is die tas niet het enige gewicht dat mee aan boord gaat. Uiteraard de etenswaren en onze eigen kleren, maar buiten dat gaan ook een buitenboordmotor, 5 liter benzine en 10 liter reservediesel mee. Dat vindt allemaal een plekje in de bakskist waardoor de rechterhelft van de boot aanmerkelijk zwaarder is dan de linkerhelft. Dat wordt veel over bakboord varen...

Maar voor het zover is, moet de genua gewisseld worden voor de fok. Er staat voor de komende week minstens windkracht 4 op het programma, dan hebben we liever het zware doek erop. Als dat klusje gedaan is, en Liesbeth ondertussen de voorraden verstopt heeft in de kasten, gaan de trossen los en mag de tocht naar het Grevelingenmeer beginnen. We varen net niet pal voor de wind naar de Krammersluis en zijn daar dan ook in record-tijd. Van de sluismeester mogen we als laatste de kolk in, we moeten even goed uitkijken voor een stevige wind in de rug en een motorboot die niet snapt hoe je moet sturen, maar achter ons gaat meteen de deur dicht en voor we er erg in hebben, zitten we op de Oosterschelde. Voor de halve mijl naar de Grevelingensluis zet ik alleen de fok; die trekt ons hard genoeg door het water, want de wind gaat nu aantrekken (vlagen van 32 knopen, gemiddeld 26, dus een 6-7 Beaufort). We hebben geluk, ook de Grevelingensluis staat open als wij aan komen varen dus in no time drijven we alweer buiten. Of binnen, het is maar hoe je het bekijkt. Op de motor kachelen we naar Mosselbank en kiezen het verlaten eiland (iedereen denkt dat het daar hard waait, nou, dat deed het ook). Eindelijk, eindelijk mag Peter dan zijn grote wens ten uitvoer brengen: zelf varen met een motortje!

Hij moet het zelf uitproberen allemaal: starten, choke wel of niet, ontluchting, benzinekraantje... en bij terugkomst alles weer netjes dichtdraaien, motor op de hekstoel hijsen, op slot doen; kortom, het is zijn verantwoordelijkheid en als ik zo de foto's bekijk, bevalt hem dat prima. De twee dametjes gaan bij toerbeurt mee maar vinden het al snel te koud. Peter niet, die gaat door tot hij paarse lippen heeft.

Na een prachtige zonsondergang

Zonsondergang

en een winderige nacht, gaan we richting Stampersplaat. Daar lopen "wilde paarden" rond, maar ik zou een andere benaming kiezen. Hippie-voertuigen? Deze meisjes vlechten maar al te graag een bloemenkrans in de manen van het beest.

En na weer een winderige nacht (we liggen aan lagerwal) besluiten we naar Ouddorp te gaan. De accu's moeten bijgeladen, het waterpeil zakt zienderogen en het eten dreigt op te raken. We spieken even bij de boot voor ons hoe de schipper zijn afvaart van lagerwal regelt, ik ben blij te zien dat hij hetzelfde idee had als ik. En als we zelf de trossen los gooien, lukt het me ook daadwerkelijk om de geplande procedure zonder slag of stoot uit te voeren: er begint weer routine te komen in de systemen.

Op het meer waait het goed door, er staat een dikke zes. Dubbel rif in het grootzeil en knallen maar! Ruim 7 knopen aan de wind, en als Peter stuurt gaat bijna het gangboord (voor het eerst) door het water. Hij moet nog wat leren, maar ik ben zeer blij dat hij leert! Voor Monique geldt dat natuurlijk ook, maar die moet even wachten tot het iets minder hard waait. Haar beurt komt nog.

In Ouddorp doen we uitgebreid inkopen, we nemen eindelijk weer eens een warme douche, we liggen lekker beschut rustig aan een steiger, kortom, even bijkomen.

Ook is het tijd om het vervolg van de tocht te plannen, dus kaarten en weerberichten worden op tafel getoverd, de opties doorgesproken en een plek afgesproken waar we Lisanna gaan overdragen aan haar eigen ouders. Het wordt Bruinisse. We gaan er de volgende dag heen, als de wind begint af te nemen en langzaam maar net niet voldoende naar het noorden draait. De meeliftende passagier nemen we voor lief, al weten we natuurlijk dat ie gewoon op ons eten aast.

Het weer is inmiddels even aan het veranderen: de wind is weg maar ook de temperatuur. De truien komen uit de kast, de zeiljassen moeten aan. Ondanks de zonneschijn is de lucht echt frisjes.

We parkeren voor de sluis omdat we ervan uit gaan dat we de laatste sluisdraai nog wel zullen halen; helaas loopt dat allemaal net iets anders dan gepland, we moeten overnachten voor de sluisdeur. Volgende ochtend zijn we de eersten (nadat we uitgeslapen hebben uiteraard). Op de motor varen we samen met nog een jacht naar de Krammersluis waar we redelijk vlot doorheen zijn. Mooi, nog een mijl of 7 en dan zijn we er! Nu gaat alleen de wind uit. Samen met de Bavaria 34 gaan we op zoek naar elk zuchtje wind om vooruit te komen, een leuk mini-gevechtje dat met een beetje mazzel door ons gewonnen wordt: de wind is erg variabel en valt van alle kanten in. Wat doet de Bav? Die zet zijn genua uit met de boom, want we gaan voor de wind. Zonder dat de stuurman er erg in heeft, draait de wind ongeveer 120 graden en valt ineens van voren in. Het zeil, dat zo mooi uitgeboomd stond, valt de verkeerde kant op en werkt als rem in plaats van motor. Doei, zeiden wij!

Op het Volkerak wordt 'iets' geborgen met een dreganker.

En nu is het de beurt aan Monique om te leren sturen. Die heeft twee nadelen: ze is kleiner (kan dus niet over de buiskap heen kijken) en ze doet als elke beginner: waar ze heen kijkt, daar stuurt ze ook heen. Maar met goede instructies (en hier en daar een handje helpen) gaat het best aardig, die zal het echt wel gaan begrijpen.

Laatst aangepast op maandag, 09 mei 2011 00:43
 
Oh, kan dat ook? PDF Afdrukken Email
Geschreven door Dennis   
maandag, 25 april 2011 00:46

Het Paasweekend van 2011 ziet er voor heel Nederland fantastisch uit; het enige waar de zeilers zich zorgen over maken, is de verwachte minimale hoeveelheid wind. Altijd wat te zeuren, die lui.

We zijn bijtijds aan boord op zaterdag. Er moeten nog wat dingetjes klaargemaakt worden dus de kids blazen het bijbootje op en roeien een rondje door de haven terwijl de ouders het serieuze werk moeten doen. Ondertussen brandt de zon er vrolijk op los dus we willen weg! Weg uit die haven, op naar het open water waar de wind lijkt te waaien! Om 12 uur gaan de trossen los en piepen we door de Manderssluis die volgens forumgenoten vrijwel altijd open staat maar net vandaag toch weer niet. Nu ja, kunnen we mooi de sluisroutine weer even oppikken.

Op het Volkerak waait een windje tegen de 3 Beaufort aan uit een hoek waar we vroeger een hekel aan hadden: we moeten plat voor de wind varen en dat betekende een klapperende genua. Tegenwoordig is er een spinnakerboom aan boord die het geklapper zou moeten verhelpen, dus met gepaste trots boom ik de genua uit, om er dan achter te komen dat we toch maar een andere koers gaan varen. Oefening baart kunst en blijkbaar mag ik veel oefenen. We schieten echter, ondanks de ongunstige windrichting, heel aardig op. Het gaat stukken beter dan vroeger op deze koers en dat is wel zo prettig. We halen zelfs de Krammersluizen! Helaas blijkt Rijkswaterstaat met een renovatie van de noordelijke sluiskolk bezig waardoor het drukke Paasverkeer maar 1 mini-sluisje ter beschikking heeft die ook nog eens notoir langzaam is. Filevorming dus. We leggen de boot vast naast een lid van Zeilersforum.nl en gaan onze opties overwegen. Wachten tot we geschut worden? Dat kan nog 2 uur duren. Leuk, op het heetst van de dag aan de kinderen uitleggen dat ze niet mogen zwemmen of roeien! En morgen natuurlijk de andere kant op hetzelfde verhaal. Nee, we gaan niet de Oosterschelde op. Volgens de kaart ligt er vlak achter ons een mooi beschut plaatsje waar we het anker prima uit kunnen gooien. We wurmen ons tussen de drukte uit, varen naar het beoogde ankerplaatsje en doen daar de spijker de grond in. Als we zeker weten dat de boot goed vast ligt tonen 2 grote plonzen aan dat we de goede keus hebben gemaakt! Af en toe schommelt de boot wat door voorbijkomende golven, maar voor de rest liggen we lekker. Zo kabbelt de middag en de avond voorbij. 's Nachts krijgen we echter nog een verrassing: er trekt een onweersbui over onze kop. De boot trekt en rukt aan het anker, de regen klettert op het dek en de wind giert door het want maar het helpt allemaal niet, we blijven lekker op dezelfde plek liggen zodat we 's morgens met een mooi uitzicht wakker worden.

Volkerak in de morgen

Omdat het zo zomers is besluiten we gewoon te blijven tot na de lunch. Dan is de accu ook wel zo ver leeg, dat een stukje motoren geen kwaad kan. We hijsen het anker en hoewel we eerst nog proberen te zeilen richting Dintelsas valt de wind bij Galateese Haven echt te ver terug (5 knopen) om nog te kunnen kruisen. Het laatste stuk gaat op de motor. En na het sluisje besluiten we nog een waagstukje uit te halen: achteruit de box in. Dat gaat, nou ja, best aardig maar voor verbetering vatbaar, zogezegd, maar de afstap naar de kant is daardoor veel simpeler. De steigers in Waterkant zijn aan de lage kant voor die lomp hoge bak van ons.

Hoe je in twee dagen varen toch belachelijk veel nieuwe dingen kan doen. De spinnakerboom gebruiken, het anker op een makkelijke manier 'presenteren', overnachten achter datzelfde anker, achteruit inparkeren, boot in de wax zetten... houdt het leren dan nooit op?

 
« Start  Vorige   1   2   3   4   5   6   7   8   9   10   Volgende   Einde   »

Pagina 5 van 14